Goed Voorbeeld:

Integratie Stichting Gezondheidscentra Maastricht en zorggroep ZIO

Locaties:Gezondheidscentrum Dr. Van Kleef
Gezondheidscentrum Heer
Medisch Centrum Mosae Forum
Gezondheidscentrum De Hofhoek
Partner:Zorggroep ZIO
Contactpersoon:Heg, H. Huntjens
E-mailadres:p.castermans@hag.unimaas.nl
Telefoon:043-3479222
Doel:door intensieve samenwerking een broedplaats en versneller zijn voor vernieuwende zorgconcepten. Dit bereiken door de praktijkervaringen, daadkracht en infrastructuur van gezondheidscentra te koppelen aan het organisatie- en implementatievermogen van een robuuste zorggroep.
Aanpak:In de gezondheidscentra worden ? als in een kraamkamer - nieuwe idee├źn en concepten uitgeprobeerd, ondersteund door de zorggroep. Als een en ander is uitgewerkt tot een definitief model, vindt uitrol plaats naar andere eerstelijns zorgverleners die aangesloten zijn bij ZIO.

Broedplaats en versneller van zorgvernieuwing

Zorggroepen en gezondheidscentra kunnen elkaar aanvullen. Dat gebeurt op veel plaatsen ook. Wie een stap verder durft te gaan, krijgt nog meer voor elkaar. Dat hebben vier gezondheidscentra in Maastricht en zorggroep ZIO bewezen. Door organisatorisch samen te smelten, ontstond een krachtenbundeling die veel kansen biedt voor zorgvernieuwing. Enthousiaste betrokkenen uit Zuid-Limburg vertellen er graag over. 

Guy Schulpen is de spin in het web van de bijzondere samenwerking. Hij is medisch directeur van ZIO en vanaf 2014 ook voorzitter van de Stichting Gezondheidscentra Maastricht (SGM). Vanaf die datum is de formele integratie een feit. Dat het op papier nog twee afzonderlijke stichtingen met aparte namen zijn, heeft een wat ingewikkelde achtergrond vanuit het declaratiesysteem van de zorgverzekeraars. In de praktijk opereren de gezondheidscentra en ZIO als één partij. En dat is voor Nederland uniek, vertelt Schulpen.

“ZIO telt negentig huisartsen in zestig praktijken die zich in regionaal verband prepareren op een snel veranderende toekomst. We hebben te maken met decentralisaties, wijkgericht werken en steeds meer zorg multidisciplinair uitvoeren. De vier gezondheidscentra fungeren als de bakermat voor innovatie. Daar kun je dingen beproeven, want juist op die plekken zit veel motivatie, denkvermogen en organisatiekracht. Bovendien heb je voor het uitproberen van vernieuwingen een infrastructuur en multidisciplinaire werkwijze nodig die je alleen in gezondheidscentra vindt.” 

Prominente rol

De ervaringen in de centra gebruikt ZIO voor implementatiemodellen die naar alle andere huisartsenpraktijken uitgerold worden. Deze aanpak is overigens niet pas in januari 2014 gestart, geeft Schulpen aan. “Informeel doen we dat al langer. Sinds het bestaan van de zorggroep hebben de gezondheidscentra een prominente rol vervuld bij de ontwikkeling van zorgprogramma’s.”

De organisatorische samenvoeging was een logische stap, vertelt Harry Huntjens, bestuurslid van SGM. “We realiseerden ons steeds vaker dat de huisartsen op twee fronten actief waren: bij onze stichting en in de zorggroep. Was het wel zo handig om twee organisaties naast elkaar op te tuigen? Bovendien merkten we dat de gezondheidscentra niet de stappen konden zetten die ze wilden. Voor zorgverzekeraars waren we een kleine club. Zij waren meer geïnteresseerd in de zorggroep.”

Buitenwereld

Guy Schulpen licht toe: “Een gezondheidscentrum dat iets wil veranderen, krijgt met een buitenwereld te maken die zegt: U bent maar één van de zoveel centra. De gemeente gaat een leuke pilot die in één centrum bedacht is, echt niet zomaar uitrollen tot een regionaal model. Als de zorggroep zich er organisatorisch aan verbindt en de gesprekspartner is, ligt er een ander verhaal.”

Huisarts Pie Castermans, werkzaam bij Gezondheidscentrum Dr. Van Kleef, heeft dat gemerkt. “Als individueel centrum kregen we rondom wijkgericht werken bij de gemeente weinig voor elkaar. Via ZIO lukte dat wel. Daarom zit ik nu aan tafel met een Sociaal Wijkteam. De gemeente wilde gaan experimenteren met die teams en koos óns uit om daaraan mee te doen. Ik ben er echt van overtuigd dat de daadkracht van een gezondheidscentrum pas uit de verf komt als je intensief samenwerkt met de zorggroep.”

Spreekkamer

De voortdurende interactie tussen de gezondheidscentra en ZIO levert veel op, gaat Guy Schulpen verder. “In de regio ontstaat een enorme versnelling en slagkracht. In de gezondheidscentra werken gemotiveerde dokters die dagelijks in hun spreekkamer ervaren wat er wel en niet goed gaat. Daardoor komen zij op ideeën en ontstaat de behoefte aan nieuwe concepten. Als zorggroep zit je vaak wat meer op afstand van het werkveld. De focus ligt vooral op zorgproducten, bijvoorbeeld voor chronisch zieken. ZIO wordt nu veel beter gevoed door ontwikkelingen in de praktijk. Natuurlijk staat niet elke individuele huisarts te trappelen, maar door deze aanpak maakt uiteindelijk de hele regio sneller stappen. Iedereen trekt elkaar een beetje mee. Ook zorgt het ervoor dat je kansrijker en effectiever aan de slag kunt met het aanvragen van subsidies. 

In Maastricht leidt dit alles tot veel innovatie rondom bijvoorbeeld ketenzorg, ouderenzorg en samenwerking met de tweedelijn. “Die samenwerking is nergens zo intensief als in onze regio”, aldus Schulpen. “Wij kennen bijvoorbeeld gezamenlijke consulten, de specialist in de eerstelijn en transmurale consultatie. Maar ook integratie tussen de huisartsenpost en spoedeisende hulp, en gezamenlijke scholing. Altijd vanuit de insteek hoe we het samen beter kunnen maken voor de patiënt.” Ook het actief screenen van ouderen hoort daarbij. “Als je dat goed doet, heb je eigenlijk geen indicatie meer nodig en kun je tijdig anticiperend handelen.” Om kwaliteitsbewaking naar een hoger niveau te tillen, voeren twee gezondheidscentra een pilot uit met HaZO24, een kwaliteitssysteem voor huisartsenpraktijk, huisartsenpost (HAP) en ketenzorg conform de ISO-norm Zorg en Welzijn.

Het gevolg van dit alles is dat veel zorgverlening in de wijken zelf plaatsvindt, vult Pie Castermans aan. “Ook op specialistisch niveau, zoals geavanceerde dementiezorg thuis.” Hij is lovend over de gezamenlijke consulten. “Die verhogen de kennis van huisartsen enorm, en dat zie je terug in lagere verwijscijfers. De regie blijft bij de huisarts.” Ter illustratie: in de regio Maastricht blijft 96% van de Diabetes type 2-populatie in de eerste lijn. Wat maar weer laat zien hoe effectief die eerste lijn kan zijn bij het verminderen van zorgkosten. Al plaatst Schulpen daar een kanttekening bij. “Je zou verwachten dat hierdoor de zorgkosten in de volle breedte dalen, maar dat is nog niet zo. Dat komt door het systeem waarmee de zorg ingekocht wordt, met name bij ziekenhuizen. Het zou goed zijn als de zorgverzekeraars dat nog eens heel goed tegen het licht houden.”

Wmo-contactpersoon

Ook de werkwijze rondom de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) is het resultaat van het intensief samen optrekken van gezondheidscentra en ZIO. “Daar zijn we enkele jaren geleden mee begonnen”, legt Castermans uit. “We hebben het voor elkaar gekregen dat elke huisartsenpraktijk in Maastricht een eigen Wmo-contactpersoon heeft. In onze praktijk is dat Nathalie. Ze is een keer komen kennismaken en we hebben elkaars mobiele nummer. Contact maken gaat heel gemakkelijk. Voor ons dus geen anoniem gemeentelijk Wmo-kantoor, maar gewoon Nathalie.”

Guy Schulpen hoopt dat de goede Wmo-ervaringen gebruikt worden bij een nieuwe decentralisatie, die van de Jeugdzorg. “Uit een jeugdzorgpilot waar wij aan hebben meegewerkt, blijkt al dat huisartsen vooral gebaat zijn bij een vaste contactpersoon. Hierover ben ik in gesprek met de gemeente Maastricht.” Voor die pilot kwamen de gemeente en VGZ al snel uit bij ZIO. “Er moest een werkgroep komen met daarin ook huisartsen. Dat komt bij mij als vraag binnen. Ik speel dat door naar Pie Castermans, omdat ik weet dat in zijn praktijk enthousiaste mensen zitten die al met dit onderwerp bezig zijn. Zo kun je snel schakelen.”  

Pilot Jeugdzorg

In de pilot Jeugdzorg werkte ZIO samen met het Centrum Jeugd en Gezin, Bureau Jeugdzorg, een welzijnsorganisatie en een zorgorganisatie. Naast de gemeente waren ook de GGD en de provincie er (financieel) bij betrokken. De pilot liep van augustus 2013 tot eind januari 2015. Doel: via vier projecten bekijken hoe de relatie tussen huisarts en jeugdzorg het beste vorm kan krijgen.

Huisarts Carolien Robertson van Gezondheidscentrum Dr. Van Kleef hield zich bezig met het thema ‘1 gezin, 1 plan’ en de verbinding met de jeugdgezondheidszorg. Het project heeft zinvolle zaken aan het licht gebracht, vertelt ze. “Duidelijk is geworden dat 1 gezin, 1 plan alleen nodig is voor kinderen in multiprobleemgezinnen. In zo’n situatie is het belangrijk dat je dubbele verwijzingen voorkomt, mensen goed in beeld houdt en weet wie waarbij betrokken is.”

Voorbeeld

Een voorbeeld uit haar praktijk illustreert dit. “Er kwam een 22-jarige nieuwe patiënte bij me, met een kindje van 3 jaar met ernstige obstipatieklachten. Vader was niet in beeld. De moeder deed haar best, maar was erg onzeker. Zij en het kind gebruikten veel medicatie en er zat veel hulpverlening omheen. Vervolgens kreeg ze een partner met een criminele achtergrond. Moeder en kind waren dus op veel terreinen kwetsbaar, ook financieel. We hebben toen een 1 gezin, 1 plan bijeenkomst georganiseerd.”

Vanaf dat moment had huisarts Robertson korte lijntjes met de consultatiebureau-arts, een kinderpsycholoog, de psycholoog van de moeder, een kinderarts en de woningbouwvereniging. Dat bleek heel belangrijk toen de vrouw zwanger raakte van een niet-levensvatbare baby. “Ik was heel blij met die lijntjes, daar kon ik op teruggrijpen. De consultatiebureau-arts fungeerde als casemanager. Verder stemde iedereen actiepunten met elkaar af en we hielden samen het dossier bij. In het oude systeem zou er veel minder onderling contact zijn geweest. Dan had ik bijvoorbeeld niet geweten dat de moeder al een eigen psycholoog had, en dat die prima de rouwverwerking over het kindje kon oppakken.” Bovendien gaf de goede afstemming tussen alle hulpverleners de moeder veel rust, aldus Robertson. 

Zorg en welzijn

De pilot legde ook pijnpunten bloot: privacy-issues en de gebrekkige ICT-ondersteuning. Voor de gemeente Maastricht was het een eye-opener dat de huisarts de meeste jeugdzorgzaken zelf of via een-op-een samenwerking met de kinderpsycholoog afvangt. “Daar hadden ze vooraf geen idee van.” De gemeente gebruikt de ervaringen uit de pilot om voor heel Maastricht een nieuwe werkwijze op te zetten. Tegelijkertijd kan zij haar voordeel doen met de POH-GGZ Jeugd die, vanuit een dienstverband bij ZIO, voor alle huisartsenpraktijken gaat werken. “Ook dat is het resultaat van de innige samenwerking met de gezondheidscentra”, geeft Schulpen aan. “Een kleine praktijk kan zo’n POH nooit bekostigen, samen lukt dat wel.”

De relatie tussen huisartsenpraktijken en de gemeente zal blijven groeien, verwacht Guy Schulpen. “Wat vandaag eenzaamheid is, is morgen een consult bij de huisarts. Wat vandaag GGZ is, is morgen een verslaafd iemand die in wijk onrust veroorzaakt. Zorg en welzijn lopen steeds meer door elkaar heen. Daarom is het belangrijk dat gezondheidscentra een kraamkamer voor vernieuwing kunnen blijven. En dat beperkende financiële schotten verdwijnen.”